Een oude man, zijn zoon en een mus

Het verhaal over een oude man, zijn zoon en een mus
Op een zonnige dag zat de oude man op een bankje in de tuin achter het oude herenhuis.
Het was stil en je kon overal vogels horen fluiten.

De oude man zat voor zich uit te staren, genietend van het lekkere zomerse weer. Naast hem zat zijn zoon, ook een volwassen man van midden dertig. Hij las een krant. De twee zeiden niets.
Opeens kwam een mus aanvliegen en ging in een struik dicht bij het bankje zitten tjilpen. De oude man keek richting de struik en zei: “Wat is dat?”.

Zijn zoon keek op uit zijn krant, richting zijn vader en vervolgens richting de struik. Daar zag hij de mus zitten en antwoordde: “een mus” en ging weer verder met het artikel in zijn krant.
Vader knikte en keek aandachtig naar de mus. En na het volgende getjilp van dus mus zei hij: “Wat is dat?”.

Zijn zoon keek enigszins geïrriteerd op, richting de mus en antwoorde: “Dat zei ik net al vader. Het is een mus.”
Hij sloeg zijn krant weer goed open en vervolgde zijn artikel. Het kleine musje schrok van het geluid wat de krant produceerde bij het openslaan en vloog van de struik richting een tak juist boven de twee die op het bankje zaten. De oude man keek op en probeerde de mus weer te vinden. Hij hield zijn hand tegen het voorhoofd om te voorkomen dat hij door het zonlicht werd verblind. Hij zag de mus niet meer en keek weer voor zich uit.

Prompt landde de mus op een steen, schuin voor hen, op zo’n 5 meter afstand en begon wat zaadjes of beestjes om zich heen op te pikken. De oude man zag de mus weer en richtte zich op om de mus zo nog beter in de gaten te kunnen houden. Hij zei: “Wat is dat?”.
Geïrriteerd sloeg de zoon zijn krant dicht en antwoordde richting zijn vader: “‘n Mus, vader, een mus. ‘n M-U-S” en terwijl hij spelde keek hij richting de mus en weer terug naar zijn vader om er zeker van te zijn dat die het nu wel zou weten.

Een oude man, zijn zoon en een musDie draaide -terwijl hij naar beneden zat te kijken- zijn gezicht richting zijn zoon. Toen vader in de ogen van zijn zoon keek zei hij: “Wat is dat?”.
Zijn zoon had het niet meer en reageerde bijna furieus: “Waarom doe je dit? Ik heb het je al zo vaak gezegd. Het is een mus!”. En terwijl hij zo hard riep wees hij in de richting van de mus. “Begrijp je het dan niet?”.

En terwijl de zoon zo tekeer ging, stond de oude man langzaam op en liep richting de achterdeur van het huis. Zijn zoon riep hem na: “Waar ga je heen?”.
De oude man antwoordde met een handgebaar als hij wilde zeggen “ok, ok, wacht even…” en liep zonder om te kijken verder richting de openstaande deur. De zoon bleef verbaasd achter, zittend op het bankje en kijkend hoe zijn vader de stenen trap opliep en in het huis verdween.

De zoon zette zich opnieuw op het bankje en steunde met een hand op zijn knie. Wat was er nu weer gebeurd? Waarom reageerde hij zo? Terwijl hij zich dit afvroeg zag hij hoe de mus heen en weer sprong en uiteindelijk weg vloog. De zoon was zichtbaar aangedaan. De krant was ondertussen op de grond gevallen.
Hij wreef met zijn hand door het gezicht.

Ondertussen was de oude man weer terug en zette zich weer naast zijn zoon, schouder tegen schouder. Hij had binnen een boek gehaald. Hij opende het en zocht naar een bepaalde bladzijde. Toen hij gevonden had wat hij zocht pakte hij de hand van zijn zoon en legde hier het boek in en tikje met ‘n vinger van zijn andere hand enkele keren op de pagina met de bedoeling dat die het stuk moest lezen. Nog verbaasd over wat er allemaal gebeurde begon de zoon in het boek te lezen op de bladzijde die zijn vader hem had aangewezen.
“Hardop…”, zei de oude man terwijl die weer voor zich uit zat te kijken. De zoon begon langzaam, hardop te lezen:
“Vandaag zat mijn jongste zoon, die enkele dagen terug drie jaar is geworden, samen met mij in het park. Een mus zat voor ons op de grond. Mijn zoon vroeg me 21 keer wat het was en ik antwoorde alle 21 keer dat het …” -de zoon sloeg de bladzijde om en ging verder- “… een mus was. … Ik omarmde hem elke keer weer als hij diezelfde vraag stelde. … Opnieuw en opnieuw. … Geduldig, zonder dat ik er gek van werd, vol met liefde voor mijn onschuldige kleine jongen.”

Er verscheen een kleine glimlach op het gezicht van de vader terwijl hij zachtjes knikte.
De zoon schudde het hoofd terwijl hij het boek dichtsloeg en staarde even voor zich uit.
Vervolgens sloeg hij zijn arm om zijn vader heen, kuste hem op het hoofd en knuffelde nog even.
Zo zaten ze nog een tijdje in de zon, onder de grote boom. De mus vloog op en ging op een tak zitten, recht boven de twee…
[EK 2013-01 – Naar een verhaal van Nikos & Constantin Pilavios 2007]